Boekbespreking

Misdiagnosis and Dual Diagnosis of Gifted Children and Adults. ADHD, Bipolar, OCD, Asperger’s, Depression and Other Disorders – Webb, J.T, et all

Ik vind dit een erg verhelderend boek over hoogbegaafden, hun kenmerken en de fouten die gemaakt worden bij de interpretatie van deze kenmerken waardoor er regelmatig verkeerde diagnoses worden gesteld op het gebied van hoogbegaafdheid.

Ik zal een aantal hoofdzaken uit het boek behandelen:

Het eerste hoofdstuk gaat over het kenmerkend gedrag van hoogbegaafde kinderen:

  • Abnormaal grote woordenschat en ingewikkeld gebruik van zinsstructuren in verhouding tot leeftijd;
  • Beter begrip van subtiele taal;
  • Grotere aandachtspanne: doorzettingsvermogen;
  • Intens en intensief;
  • Groot interessegebied;
  • Erg nieuwsgierig: veel vragen stellen;
  • Experimenteren, creatief zijn en dingen anders doen (divergent denken);
  • Basisvaardigheden sneller leren met minder oefening;
  • Zichzelf het lezen en schrijven al aanleren op jonge leeftijd;
  • Veel informatie kunnen ophalen; ongewoon goed geheugen;
  • Denkbeeldige vriendjes;
  • Ongewoon goed gevoel voor humor;
  • Graag mensen en dingen willen organiseren.

Doordat hoogbegaafde kinderen bovengenoemde gedragingen kunnen vertonen, worden zij vaak niet door hun omgeving begrepen en komt het vaker voor dat zij worden doorverwezen naar bijv. een psycholoog. Hun gedragingen worden dan omgezet in hulpvragen als:

  • Mijn kind is ontzettend actief en heeft een lage impulscontrole, wellicht heeft hij AD(H)D?
  • Ze is te perfectionistisch en verwacht veel te veel van zichzelf en haar omgeving.
  • Hij lijkt te emotioneel, hij raakt erg gefrustreerd als hij zijn doel niet haalt en krijgt dan woedeaanvallen.
  • Ze slaapt erg weinig maar heeft levendige dromen, soms zelfs nachtmerries.
  • Hij heeft moeite om met zijn leeftijdsgenoten om te gaan. Hij speelt de baas en deelt geen interesses. Hij gaat liever met oudere kinderen of volwassenen om.
  • Ze is veel te serieus voor haar leeftijd en maakt zich overal zorgen over, is ze misschien depressief?

Hoogbegaafde kinderen zijn vaak erg intens; ze kunnen over bepaalde dingen ontzettend enthousiast zijn, er zelfs overprikkeld van raken. Volgens Dabrowski kan dit op vijf gebieden: intellectuele overgevoeligheid; overgevoelige verbeeldingskracht; emotionele overgevoeligheid; psychomotorische overgevoeligheid en zintuiglijke overgevoeligheid. Bovengenoemde gedragingen zijn vanuit deze theorie gemakkelijker te verklaren.

M.i. is de kern van dit boek dat vaak foutieve diagnoses worden gesteld uit onkunde, het gedrag van het kind wordt geïnterpreteerd in plaats van de oorzaak achter dit gedrag te zoeken. Vaak wordt er hierbij uitgegaan van aannames. Ik zal een aantal voorbeelden geven:

1) Omdat hoogbegaafde kinderen zo intelligent zijn beschikken ze ook over goede executieve functies (plannen, impulscontrole, oordelen, concentratie). Dit is echter lang niet altijd het geval! Een kind van 6 met een intelligentie van een kind van 12 heeft misschien wel de executieve functies van een kind van 5. Hierdoor kan het kind zo maar als lastig of zelfs als dom worden beschouwd. Bovendien is het zo dat deze executieve functies zich over het algemeen pas veel later ontwikkelen (rond 16-20jarige leeftijd) dan academische functies als lezen, rekenen en taal.

2) Wanneer kinderen aandachtsproblemen hebben of hyperactief zijn, denkt men vaak dat ze ADD/ADHD hebben. Het kind dat dit daadwerkelijk heeft, vertoont aandachtsproblemen samen met verschillende neurologische gebreken en een milde ontwikkelingsachterstand. Om te bekijken of er daadwerkelijk sprake is van een aandachtsprobleem of dat een kind te weinig uitdaging krijgt en daardoor beperkte aandacht heeft, moet men goed op de motivatie van een kind letten. Hoogbegaafde kinderen zullen vooral aandachtsproblemen vertonen als zij te weinig uitdaging krijgen en daardoor ongemotiveerd zijn. Bij hen zijn de aandachtsproblemen situatie specifiek.

Er zijn natuurlijk ook hoogbegaafde kinderen met AD(H)D. Deze kinderen hebben aandachts- en hyperactiviteit problemen die zich in verschillende situaties voordoen. Ze hebben zowel voor  hun AD(H)D als voor hun hoogbegaafdheid extra aandacht nodig. Dit kan erg lastig zijn omdat zo’n kind aan de ene kant misschien erg goed zal kunnen lezen maar dit nooit uit zichzelf zal doen. Wanneer ze erg gemotiveerd zijn en zich in een gestructureerde situatie bevinden kunnen zij erg veel, terwijl zij de simpele dingen juist weer niet kunnen.

Het is erg belangrijk dat de begeleiding van deze kinderen zich richt op hun sterkere kant, het stimuleren en benutten van de hoogbegaafdheid. Dit zou er bovendien ook nog voor kunnen zorgen dat het kind minder last heeft van de AD(H)D symptomen.

3) Hoogbegaafde kinderen hebben over het algemeen meer last van boosheid dan andere kinderen; ze hebben een sterk zelfbesef en verwachten vanaf jonge leeftijd als volwassene behandeld te worden. Dit kan, gecombineerd met hun sterke wil, problemen opleveren en ze kunnen lijnrecht tegenover volwassen doelen en aansturingen komen te staan. Vaak zetten ze de hakken in het zand en hebben heftige discussies met ouders, leerkrachten en anderen. Soms krijgen ze een woede uitbarsting of worden tegendraads. Zoals eerder al bleek over de  intensiteit: wanneer ze boos zijn, zijn ze intens boos!

De meeste hoogbegaafde kinderen zitten op scholen waar conformiteit, gemiddeld zijn en gelijkheid hoger in het vaandel staan dan prestatie, uitmuntendheid of creativiteit. Het onafhankelijke en anders denkende hoogbegaafde kind raakt gemakkelijk in een machtsstrijd met ouders en leerkrachten omdat het niet traditioneel is en het prettig vindt om te improviseren en dingen anders te doen. Vaak hanteren ouders en/of leerkrachten ook nog een straffen- en beloningssysteem dat zijn doel helemaal voorbij schiet aangezien het slimme kind dit zal zien als manipulatie. Het kind wordt uitgedaagd om de zwakke punten in het systeem te ontdekken en gezien de sterke wil zal het liever volharden in de machtsstrijd dan toegeven aan anderen vooral als het daartoe geen reden ziet.

4) Een ander misverstand kan de diagnose Asperger zijn. Veel kinderen met Asperger hebben een gemiddelde of zelfs bovengemiddelde intelligentie. Ook bestaan er een aantal overeenkomsten zoals bijv. een goed geheugen voor gebeurtenissen en feiten, een groot rechtvaardigheidsgevoel of overgevoeligheid voor stimuli. Hierdoor lijkt er een verband te bestaan tussen Asperger en hoogbegaafdheid, dit hoeft echter niet zo te zijn en daar moet men rekening mee houden. Daarom is het  belangrijk de verschillen goed in de gaten te houden:

*          Kinderen met Asperger missen empathie en zullen nog steeds sociaal gebrekkig zijn t.o.v. veel van hun peers.

*          Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een goed inzicht van henzelf met betrekking hoe anderen hen en hun gedrag zien, kinderen met Asperger niet.

Vooral introverte hoogbegaafde kinderen zullen snel als kinderen met Asperger gediagnosticeerd worden. Beiden zijn erg in zichzelf gekeerd, maar toch zal het introverte kind uiteindelijk kunnen aanhaken bij andere mensen/kinderen of interesses. Bovendien kan een hoogbegaafd kind dat veel is gepest er voor kiezen in zichzelf te keren als overlevingsstrategie en daarmee kenmerken van Asperger vertonen.

5) Als laatste wil ik nog leerproblemen aanhalen. Een leerprobleem wordt vaak vastgesteld als een kind twee jaar achterloopt, hierbij wordt dan echter uitgegaan van een gemiddeld kind. Een hoogbegaafd kind dat ‘maar’ een half jaar achterloopt t.o.v. de rest, loopt uitgaande van zijn eigen capaciteiten wel meer dan twee jaar achter en heeft dus een leerprobleem dat niet wordt onderkend. Er vallen drie groepen te onderscheiden:

*          Kinderen die gediagnosticeerd zijn als hoogbegaafd en die goed in staat zijn om hun leerproblemen te compenseren. Wanneer het werk moeilijker wordt, zullen ze wel meer problemen krijgen. Die worden dan vaak toegeschreven aan een motivatiegebrek, laag zelfconcept of andere factoren.

*          Kinderen waarbij de leerproblemen zo ernstig zijn dat die wel worden opgemerkt maar de hoogbegaafdheid juist niet. Deze kinderen krijgen wel remedial teaching op school maar krijgen niet de ook nodige verrijking aangereikt voor de gebieden waar ze wel sterk in zijn.

*          Kinderen waarbij de leerproblemen en de hoogbegaafdheid elkaar maskeren zodat ze gemiddeld uit komen. Dit is waarschijnlijk de grootste groep kinderen. Zij krijgen dus ook geen extra hulp terwijl ze eigenlijk meer kunnen dan ze laten zien.

Wanneer er bij hoogbegaafde kinderen met leerproblemen een verkeerde diagnose wordt gesteld, is er een kans dat hun capaciteiten te laag afzakken terwijl dat voorkomen had kunnen worden.

Bovenstaande is een greep uit de situaties die in het boek worden beschreven. Ik heb juist deze voorbeelden gekozen omdat ze m.i. het meest voorkomen. Het boek geeft nog tal van inzichten in andere (verkeerde)  diagnoses.

Meer info:
Dit boek op Amazon.com.

Neem contact op met Smartazz

Geplaatst in Actueel. Bookmark the permalink.

Je kunt niet reageren.